Frans Balthasar Solvyns

Frans-Balthasar Solvyns, (Antwerpen, 6 juli 1760 – aldaar, 10 oktober 1824) was een Brabants kunstschilder, graficus, etnograaf en havenmeester te Antwerpen. Hij werd tijdens zijn leven bekend als auteur van etsenreeksen over de Hindoes, die een poging zijn om het Indië van tweehonderd jaar geleden te typeren. Solvyns geeft in zijn etsen een getrouwe weergave van de activiteiten, de festivals en het culturele leven van de Indische bevolking.

Geboren te Antwerpen op 6 juli 1760 als zoon van Maximiliaan, een industrieel afkomstig uit Steenhuize, en Marie-Elisabeth Abeloos. Zijn broer Laurent-Maximiliaan Solvyns (geb. ca. 1758- gest. na 1824), die hem overleefde, was verzekeringsmakelaar te Antwerpen.

In 1804 huwde Solvyns in Brussel met de Engelse Mary-Anne Greenwood (geb. Hatherop, Engeland 1782), dochter van een Brits zakenman uit Gent. Ze kregen minstens drie kinderen: Marie Anne Catherine (geb. 1820), die met de Poolse officier Frölich huwde, een zoon die genie-officier werd en jong stierf en Henri Solvyns (geb. 1817), die een vooraanstaand diplomaat werd.

Solvyns overleed in zijn woning te Antwerpen op 10 oktober 1824.

De jonge Solvyns gaf spoedig blijk van een merkwaardig artistiek talent. Amper 12 jaar oud, won hij reeds een gouden medaille voor tekenen aan de tekenacademie van Antwerpen. Zijn opleiding ontving hij er van de schilder André-Bernard de Quartenmont (1750-1835), een portrettist en historieschilder, die leraar was aan de Antwerpse Academie.

Hij vertrok in 1778 naar Parijs voor verdere opleiding bij Vincent. Maar kort na zijn aankomst vervoegde hij het geniekorps als officier. Deze militaire opleiding zou trouwens later nog van pas komen in Indië bij de belegering door de Engelsen van Seringapatam.

Solvyns koos echter de richting marineschilderen en werd daarin weldra opgemerkt dry bag for camera. Hij had trouwens ook geen concurrenten van betekenis in zijn discipline. Te Brugge was er wel een Jan Garemijn (1712-1799), die naast vele andere genres sporadisch ook zeegezichten schilderde, die veelal voor salonversiering waren bestemd. Te Gent waren er Pieter-Norbert van Reysschoot (1738-1795), die door het huis Brunin aldaar een reeks marines met de schepen van de Oostendse Compagnie had geschilderd, en Jean-Baptiste Tency, een kunstenaar over wie weinig bekend is. Dat was het dan ook ongeveer. Daarom kunnen we Solvyns zonder moeite als dé voornaamste Belgische tegenhanger van Franse marineschilders als bijvoorbeeld Claude Joseph Vernet, Lacroix de Marseille of Nicolas en Pierre Ozannes beschouwen.

Van het bestuur te Brussel kreeg de vijftienjarige Solvyns als opdracht een gezicht van de Antwerpse haven te schilderen (omstreeks 1775). Solvyns’ aanstelling op 16-jarige leeftijd tot Kapitein van het Fort Lillo was een blijk van waardering vanwege de Oostenrijkse bestuur te Brussel. Hij bleef die functie twee jaar uitoefenen totdat hij door aartshertogin Maria-Christina, medegouverneur van de Oostenrijkse Nederlanden, tot slothoofdman te Laken benoemd werd. In feite was dat niet meer dan een soort eretitel, zodat Solvyns zijn schilderactiviteiten kon verderzetten. Hij ontwierp voor de Sachsen-Teschens een staatsiejacht voor gebruik in de Zuidelijke Nederlanden.

Omstreeks 1780 kreeg Solvyns van de Gouverneur-Generaal te Brussel de opdracht een gezicht op de Oostendse haven te schilderen. De haven van Oostende was toen niet zonder belang, mede door het feit dat de Schelde nog steeds gesloten bleef. In 1781 riep keizer Jozef II Oostende uit tot vrijhaven. De vaart op Indië bracht grote drukte met zich mee en vele vreemdelingen kwamen te Oostende handelskantoren oprichten. De nieuwe weg Oostende-Torhout en het kanaal naar Brugge en Gent zorgden voor goede verbindingen met het hinterland.

Het schilderen van zulk een gecombineerd haven- en stadsgezicht was geen gemakkelijke taak. De Franse marineschilder Claude Joseph Vernet had er negen jaar over gedaan om de voornaamste Franse havens te portretteren. Ook Solvyns moet maanden besteed hebben aan voorstudies. Op het resultaat was een schilderij waarbij onder een grandioze hemelpartij, de stad Oostende te zien is met de silhouetten van de Sint-Pieterskerk, het stadhuis en de vuurtoren. Helemaal links wijzen de masten van talloze zeilschepen op een drukke havenactiviteit. Het hele voorplan wordt door een waterpartij ingenomen, verstild, welhaast rimpelloos. Op het water komen enkele grote koopvaardijschepen en enkele roeibootjes voor die de lucht- en waterpartij breken. Uiterst rechts bevindt zich een vuurbaak.

Het schilderij, dat toebehoorde aan de aartshertogen maar nu spoorloos is, kende onmiddellijk een grote verspreiding door een reproductiegravure van de Parijzenaar Robert Daudet (1783). Een kunstenaar als Jan Garemijn (1712-1799) inspireerde zich op de gravure voor de geschilderde salonbekleding van een Brugse klant. Een tweede schilderij van Garemijn dat duidelijk op het schilderij van Solvyns geïnspireerd is, is nu in het bezit van het Stedelijk Museum voor Schone Kunsten te Oostende. Een anonieme kopie uit de omgeving van Garemijn is in het bezit van het Koninklijke Musea voor Kunst en Geschiedenis te Brussel (M 61/5).

Op 12 november 1788 was Solvyns te Antwerpen medestichter van de “’Konstmaetschappye‘ “ “Maatschappij tot Nut, Baet en Dienst” (de latere ‚Koninklijke Vereniging ter Aanmoediging der Schone Kunsten’), een kunstenaarsmaatschappij waarvan ook de burgemeester Jacob Della Faille lid was, evenals Cornelius Franciscus de Nelis, bisschop van Antwerpen, Henri F. de Cort, Balthasar-Paul Ommeganck en Marie Ommeganck, Pieter Faes, Ferdinand Verhoeven, Jan Jozef Horemans en Matthias van Bree.

Sedert 1786 al kwamen de genoemde kunstenaars en liefhebbers wekelijks samen in de herberg “Stad Oostende” aan de Antwerpse Israëlietenstraat; later zouden ze in “De gulden Poort” samenkomen. Hun privé-vergaderzaal was versierd met kunstwerken van eigen leden. Het nieuwe werk van de leden werd er druk gecommentarieerd en de feestjes waren legio. Hun eerste grote tentoonstelling vond plaats in september 1789 in de zaal van de schermersgilde. Solvyns toonde er een “Gezicht op de Schelde met vaartuigen”, “Vlissingen bij onstuimige zee”, “Schepen die elkander met geschut begroeten” en een tekening “Gezicht van het Goeree-gat rechtover de Haven van Hellevoet”.

Wegens de politieke onrust door de Brabantse Omwenteling en zijn eigen onzekere positie, wegens het vertrek van de gouvernante, zeilde hij af in oktober 1790 naar Calcutta met het Engels vaartuig “Etrusco”, onder het bevel van kapitein Home Riggs Popham. Hij kwam aan in Indië in de loop van 1791. De karteringsexpeditie van Popham van de kusten van de Rode Zee thermos plastic water bottle, waaraan Solvijns vaak gelinkt wordt, gebeurde later, toen Solvijns reeds in Calcutta woonde. Hij heeft er dus niet aan deelgenomen zoals herhaaldelijk in oude biografieën wordt beweerd.

In Calcutta voerde hij eerst in opdracht decoraties uit voor feesten en bals en voor het versieren van koetsen. Zijn interesse in de zeden en gewoontes van hindoes werd aangewakkerd door de Britse kunstenaar Thomas Daniell (auteur van het boek : Daniell’s Antiquities of India).

Zijn verblijf in Calcutta resulteerde uiteindelijk in reeks van 250 etsen betreffende de zeden en gewoonten der Hindoes. Hij had deze reeks ontworpen in 1794 en vervolgens uitgegeven, eerst in enkele exemplaren in 1796, en vervolgens in een grotere oplage in 1799.

A Collection of Two Hundred and Fifty Coloured Etchings: Descriptive of the Manners, Customs and Dresses of the Hindoos. Calcutta, 1796, 1799.

Dit project genoot de steun van de taalkundige Sir William Jones, lid van het Hooggerechtshof in Calcutta. De publicatie telde 12 delen : de Hindoe-kasten en hun beroepen (66 etsen), de dienaren, de gebouwen, de muziekinstrumenten, de transportmiddelen (karren, palankijnen en boten), de rookgewoonten, de fakirs, muziekinstrumenten en feestelijkheden. De etsen waren eerder decoratief dan esthetisch of pittoresk. Hierdoor vielen ze niet in de smaak van het Europese publiek en het project werd een financiële tegenvaller.

Solvyns was getuige van de militaire verovering van Hindoestan door de Engelsen, alsook, in 1799, van de inname van Seringapatam, de hoofdstad en het laatste bolwerk van de sultan van Mysore. Solvyns werd belast met de decoratie van de draagstoelen waarop de kinderen van de sultan Topyro Saib naar het kamp der overwinnaars werden gevoerd. Naar aanleiding van die militaire overwinning hadden te Calcutta grote feestelijkheden plaats. Solvyns organiseerde er de feestverlichting alsook een schijngevecht met olifanten.

Solvyns verliet Indië in 1803 en vertrok naar Frankrijk. Op terugreis naar Europa leed Solvyns schipbreuk ter hoogte van de Spaanse kusten. Hij slaagde erin zijn getekende en geschreven documentatie over Hindoestan te redden. Hij werkte deze etnografische etsen verder uit en publiceerde ze in eigen beheer in vier delen tussen 1808 en 1812, opgedragen aan het Institut de France.

Les Hindous ou description de leurs moeurs, coûtumes, cérémonies, etc. dessinés d’après nature dans le Bengale et représentés en 292 planches, gravées à l’eau forte et terminées par l’auteur et ensuite imprimées en couleurs. 4 vols. Paris: Chez L’Auteur, 1808-1812

De tekst bij deze uitgave was zowel in het Frans als in het Engels opgesteld. Maar ook deze verzorgde uitgave was een financiële tegenvaller, deels door de bewogen jaren onder Napoleon, maar vooral door de enorme publicatiekosten.

In 1806 stuurde Solvyns een werk in voor het Gentse kunstsalon: “Rede van Vlissingen met meerdere schepen” (16 ½ x 21 duim). De catalogus vermeldde hem uitdrukkelijk als “actuellement peintre de la Factorie Anglaise, à Calcutta en Asie”. Dit laat veronderstellen dat kennissen in Vlaanderen voor zijn inzending hadden gezorgd, een ouder werk wellicht daar het thema Vlissingen is en niet een exotische haven.

Bij het ontstaan van het Koninkrijk der Nederlanden in 1814 keerde hij terug naar Antwerpen. Hij begon nu al zijn schetsen te ordenen. Solvyns maakte vervolgens een 200-tal gravures voor een Voyage pittoresque aux Indes Orientales et la Chine, die echter nooit het licht zag.

Een exemplaar van “Les Hindous”werd tentoongesteld tijdens het Gentse Salon van 1814

United States Away YEDLIN 2 Jerseys

United States Away YEDLIN 2 Jerseys

BUY NOW

$266.58
$31.99

, samen met één van zijn schilderijen “Bewogen zee met een kanonneerboot, een fregat en andere vaartuigen”. De catalogus omschreef Solvyns ditmaal als Peintre-dessinateur à Anvers. Membre correspondant de la Société des Arts à Gand.

Te Londen liet Solvyns in 1807 een boek verschijnen met als titel: Costumes de l’Indoustan dessinés dans l’Inde en 1798 et 1799 avec des explications en Anglais et en Français (met zestig kleurenplaten). Deze luxueuze publicaties hadden Solvyns opnieuw financieel erg verarmd.

In 1815 werd hij door koning Willem uit de financiële nood geholpen en tot havenkapitein te Antwerpen aangesteld. Op 26 juli 1815 ondertekende hij mede het rekwest dat het Antwerpse Genootschap ter aanmoediging der Schone Kunsten richtte aan koning Willem om zijn bemiddeling te vragen bij het terugbekomen van de kunstwerken die in de voorgaande jaren door de Fransen uit Antwerpen waren geroofd.

Hij had groot succes in de tentoonstelling van 1818 in Brussel met zijn schilderij „De aankomst van Z.M. de koning der Nederlanden op de rede te Antwerpen op 12 augustus 1817

In januari 1844 was er op last van zijn weduwe een openbare verkoop (“vente par actions”) in het Hotel de la Poste in Gent van enkele schilderijen en van de koperplaat van de prent met de haven van Oostende. Eén van die schilderijen stelde voor : “Aankomst van Willem van Nassau in Antwerpen in 1814 waar hij officieel in het bezit komt van België in uitvoering van de besluiten van Londen”.

Het leven van Solvyns was op zich reeds fascinerend genoeg, maar zijn beschrijving van Indië vormt een ongeëvenaard visueel verslag van het Bengaalse volk in de tweede helft van de achttiende eeuw.

De prenten op zichzelf zijn reeds van belang in een traditie die teruggaat tot het begin van de zeventiende eeuw of zelfs vroeger. Ze zijn een encyclopedische poging tot systematische weergave van zowel het ongewone, zoals de kledij in vreemde landen, als het gewone, zoals de karakterschildering van boeren, vaklui of straatventers.

Bij zijn uitbeelding van hindoes, beperkt Solvyns zich niet tot het uitsluitend weergeven van etnografische types. Hij geeft aan elk van zijn figuren een individueel karakter en situeert ze in een verhaal in tijd en ruimte. Hierdoor verschaft hij de kijker een intieme blik op zijn figuren.

Zijn interesse voor zijn onderwerpen is niet enkel encyclopedisch, maar hij combineert het etnografische met het esthetische. Kunst is voor Solvyns een vorm van informatie.

Bij Solvyns ontstond een prototype van het genre “Company School”, schilderijen van allerhande beroepen, uitgevoerd door Indische artiesten voor de Britse overheersers. Dit genre was populair in het begin van de negentiende eeuw.

Het werk van Solvyns, met de bijhorende beschrijvingen, vormt aldus het eerste belangrijk overzicht van het dagelijks leven in de Bengalen.

Er staat een zelfportret van Solvyns in “Les Hindous” (IV).

Zijn boeken en prenten naar schilderijen bevinden zich onder meer in de Kon. Bibliotheek Albert I in Brussel en in het Stadsarchief en het Museum voor Schone Kunsten in Oostende.

Referenties

Literatuur en bronnen

Film

Ougoureh Kifleh Ahmed

Vous pouvez partager vos connaissances en l’améliorant (comment ?) selon les recommandations des projets correspondants.

Ougoureh Kifleh Ahmed en 2002.

Ougoureh Kifleh Ahmed est un homme politique djiboutien, né à Dikhil le 18 novembre 1955.

Ougoureh Kifleh Ahmed est membre du Front pour la restauration de l’unité et la démocratie, acteur de la guerre civile à Djibouti à partir de 1991.

En 1994 trail running hydration vest, Ougoureh Kifleh Ahmed est le chef de file de la fraction du FRUD favorable à l’arrêt des hostilités et aux négociations avec le gouvernement djiboutien personalized stainless steel water bottles. Le mouvement se divise alors en deux. Le 26 décembre 1994 glass from bottle, il signe un accord de paix avec le gouvernement au nom de la partie du FRUD dont il est secrétaire général, alors que la fraction dirigée par Ahmed Dini poursuit la lutte armée jusqu’en 2001.

Il devient alors ministre de l’Agriculture en juin 1995, puis de l’Administration et de la Réforme administrative en décembre 1997, enfin ministre de la Défense en mai 1999. Il est également secrétaire général du FRUD.

Il est élu député au sein de la liste conjointe FRUD-RPP pour la région de Dikhil aux élections de décembre 1997, réélu en 2003 et 2008.

En mai 2011, il n’est pas renouvelé dans le gouvernement djiboutien .

Il est décoré de l’ordre de la Grande Étoile de Djibouti par le président Ismail Omar Guelleh en 2004.

Severia

Severia or Siveria (Old East Slavic: Сѣверія, Ukrainian: Сіверія or Сіверщина, translit. Siveria or Sivershchyna, Russian: Северщина, Severshchina; Polish: Siewierszczyzna) is a historical region in present-day northern Ukraine, eastern Belarus and southwestern Russia, centered on the city of Novhorod-Siverskyi in Ukraine.

The region received its name after the Severians, an East Slavic tribe which inhabited the territory in the late 1st millennium A.D. Their main settlements included the present-day cities of Novhorod-Siverskyi, Chernihiv, Putyvl, Hlukhiv, Liubech, Kursk, Rylsk, Starodub, Trubchevsk, Sevsk, Bryansk, and Belgorod.

According to the Primary Chronicle, the Severians paid tribute to the Khazars watertight bag, along with the neighboring Polans best water bottles. Prince Oleg of Novgorod (reigned 879–912) conquered them and incorporated their lands into the new principality of Kievan Rus‘. By the time of Yaroslav the Wise (1019–1054) the Severian peoples had lost most of their distinctness, and the areas of Severia along the upper course of the Desna River came under the control of Chernihiv.

In 1096, Oleg I of Chernigov (also referred to as Oleh) created a large Severian Principality, which stretched as far as the upper reaches of the Oka River. Until the end of the century, the principality served as a buffer state against Cuman attacks. Its most celebrated ruler was Prince Igor (1150–1202) thermos 22 ounce tritan hydration bottle, whose exploits are recounted in the 12th century epic The Tale of Igor’s Campaign.

After the Mongol invasion of Rus‘, the principality fell into ruin, however it remained intact throughout repeated Tatar invasions. Unfortunately, not much is known about this period as Severia was rarely mentioned in written accounts of the 13th and 14th centuries. By the 15th century, it was taken over by the Grand Duchy of Lithuania water bottle metal, whose Gediminid princes (Ruthenian-speaking and Orthodox by religion) established their seats in the cities of Novhorod-Siverskyi, Starodub, and Trubchevsk. After the Lithuanian defeat at the Battle of Vedrosha, the Severian Principality passed to Moscow. It remained as part of Imperial Russia for centuries, except for the short period between 1618 and 1648, when it was incorporated into the Polish–Lithuanian Commonwealth following the Truce of Deulino (1618).

In the 18th century, the hetmans of Ukraine established residences in the towns of Baturyn, Hlukhiv, and Pochep. Hlukhiv, in particular, developed into a veritable capital of 18th-century Ukraine.

Following the Bolshevik Revolution, the Severian lands, full of Southern Russian (Ukrainian) architecture, and populated by a mixture of Ukrainians and Russians, were divided between the Ukrainian and Russian Soviet republics, finally breaking up the land of the former Severians.

Since 16-17 cc., the specific Severian icon-painting style had been forming. It was much impressed by conservative Byzantine specimens which dominated in the Grand Duchy of Moscow. Severian icons are charaсterized by internal restraint, severeness and asceticism. These features survived during the Baroque epoch: volume and emotions were almost absent. The collection of Severian icons is preserved in the Museum of Ukrainian home icons of the Radomysl Castle.

Omar Ramdane

Omar Ramdane, né en 1938 est un ancien maquisard et homme d’affaires algérien.

Omar Ramdane rejoint le maquis en 1956 à l’âge de 18 ans à la suite de la grève des étudiants. Il combattra dans la Wilaya 4 sec football uniforms, qu’il quittera avec le grade de commandant.

À l’indépendance il sera membre de l’assemblée constituante puis député de la Wilaya d’El Asnam (Chlef) jusqu’en 1965 glass portable water bottle.

Par la suite il se lance dans les affaires en créant en 1970 l’entreprise de construction EGECO ou encore en 1987 la société Modern Ceramics puis Modern Bricks et enfin plus tard le groupe Ramdane qui investi dans l’immobilier avec Modern Towers et CM Invest. Le groupe introduit la chaîne hôtellière Intercontinental Hotels Group avec la marque Holiday Inn.

En 1988

Los Angeles Galaxy Home GIOVANI 10 Jerseys

Los Angeles Galaxy Home GIOVANI 10 Jerseys

BUY NOW

$266.58
$31.99

, il est désigné président de la chambre nationale de commerce.

En 2000 il est président fondateur du Forum des Chefs d’Entreprises (FCE), devenu le plus puissant syndicat patronal algérien. Il est depuis président d’honneur.

Il est depuis 2009 sénateur désigné sur le tiers présidentiel built water bottle sleeve.

Kaká

Ricardo Izecson dos Santos Leite (Brasilia, 22 april 1982), voetbalnaam Kaká, is een Braziliaans-Italiaans profvoetballer die doorgaans als middenvelder speelt. Hij tekende in juli 2014 bij Orlando City, dat hem overnam van AC Milan. Ook speelde hij voor São Paulo en Real Madrid. Kaká debuteerde in 2002 in het Braziliaans voetbalelftal, waarmee hij datzelfde jaar wereldkampioen werd en in 2005 en 2009 de Confederations Cup won. In 2007 werd hij uitgeroepen tot Wereldvoetballer van het Jaar en won hij met AC Milan de UEFA Champions League, de UEFA Super Cup en het wereldkampioenschap voetbal voor clubs.

Kaká groeide op in de Braziliaanse middenklasse. Zijn vader Forest Izecson Pereira Leite is ondernemer en zijn moeder Cristina dos Santos Leite een lerares. Hij werd geboren in de hoofdstad meat tenderizer injector, Brasília, maar verhuisde na een paar jaar naar het veel grotere São Paulo. Hij heeft een jongere broer die ook profvoetballer is: Digão. Deze sprak als kind zijn broers voornaam Ricardo foutief uit als ‚Caca‘, waar de voetbalnaam Kaká van afgeleid is water bottle holder running.

Kaká ontsnapte tijdens zijn jeugd op het nippertje aan een totale verlamming van zijn lichaam. Hij dook in september 2000 in een ondiep zwembad en kwam hierbij ongelukkig op zijn nek terecht. Hij herstelde compleet en de voetballer ziet dit als een teken van God en is sindsdien een zeer gelovig evangelisch christen. Hij staat een deel van zijn inkomen als tiende af aan zijn kerk. Tijdens zijn herstel stelde Kaká elf doelstellingen voor zichzelf die hij inmiddels alle elf heeft bereikt; weer kunnen voetballen, een profcontract bij São Paulo, in het eerste elftal van São Paulo spelen, spelen voor het Braziliaans Elftal van onder 18, een basisplaats krijgen in het eerste van São Paulo, spelen op het jeugd-WK, uitgenodigd worden voor het A-elftal van Brazilië, spelen in het A-elftal van Brazilië, spelen op een WK, een transfer naar een topclub in Spanje of Italië en de Champions League winnen.[bron?]

Kaká debuteerde in januari 2001 in de hoofdmacht van São Paulo FC, waar de Braziliaan ook de jeugd doorliep. Het eerste seizoen verliep succesvol en Kaká scoorde twaalf keer in 26 wedstrijden. Het tweede seizoen ging minder, Kaká speelde twintig wedstrijden waarin hij achtmaal het doel wist te treffen. Hij speelde daarna nog een half jaar voor São Paulo, waarin hij tweemaal scoorde in tien wedstrijden. Toen vertrok Kaká in juli 2003 voor zesenhalf miljoen euro naar het Italiaanse AC Milan, op voorspraak van Leonardo, voormalig Braziliaans international en destijds bestuurslid bij de Milanese club. Daar werd hij in zijn eerste seizoen direct landskampioen en maakte hij bij Milan direct een goede indruk. Zonder veel moeite wist hij binnen korte tijd een basisplaats te veroveren, ten koste van gevestigde namen als landgenoot Rivaldo en Rui Costa. In zijn eerste seizoen speelde hij dertig wedstrijden en scoorde hij tien keer. Milan werd mede dankzij hem kampioen van Italië. In het tweede seizoen kwam hij tot 36 wedstrijden en zeven doelpunten. Het derde seizoen beleefde Kaká een hoogtepunt bij Milan door in de competitie veertien keer te scoren in 35 wedstrijden. Het vierde seizoen bij Milan speelde Kaká 31 keer en pikte hij acht doelpunten mee. Zijn vijfde seizoen was zijn meest doelpuntrijke bij Milan; hij speelde een matige dertig wedstrijden, mede door een paar blessures, en scoorde vijftien keer, waarmee hij topschutter van AC Milan werd in het seizoen 2007/08. In juli 2008 werd Ronaldinho, de landgenoot en ploeggenoot van Kaká bij de Braziliaanse nationale ploeg, gekocht van FC Barcelona en vormde hij in het seizoen 2008/09 een aanvallend duo met hem. Ondanks een contract bij AC Milan tot en met de zomer van 2011 tekende Kaká op 9 juni 2009 bij Real Madrid. Hij kwam over voor een bedrag van naar verluidt 65 miljoen euro en tekende voor zes seizoenen. Hiermee was hij op dat moment de op een na duurste voetballer aller tijden, achter Zinédine Zidane.

In augustus 2013 gaf Kaká aan dat hij zeer ontevreden was bij Real Madrid omdat hij geen speeltijd kreeg en diende hij een transferverzoek in bij De Koninklijke. Hierop keerde hij op 1 september 2013 terug bij AC Milan.

Op 1 juli 2014 nam Orlando City Kaká over van AC Milan voor ongeveer zes miljoen euro. Op 2 juli 2014 verhuurde Orlando City Kaká aan São Paulo, de club waar hij tussen 2001 en 2003 al had gespeeld. In december 2014 keerde hij terug bij Orlando City.

Tijdens de Champions League van het seizoen 2003/2004 maakte Kaká zijn debuut. Hij scoorde voor het eerst tegen Club Brugge, in de groepsfase. Later scoorde Kaká nog drie doelpunten in in totaal tien wedstrijden. Milan strandde in de kwartfinale.

In de editie van 2005 speelde hij ook mee. Hij speelde een belangrijke rol maar verloor echter de eindstrijd na strafschoppen van Liverpool (Kaká scoorde wel zijn strafschop). Ook werd Kaká gekozen tot de beste middenvelder van het toernooi. Hij speelde elf wedstrijden, maar scoorde geen doelpunten.

De Champions League van het seizoen 2005/2006 eindigde voor Milan in de halve finale. Kaká trof viermaal doel in twaalf wedstrijden.

Op 23 mei 2007 won Kaká met AC Milan de Champions League. Dit was de editie van het seizoen 2006/2007. Met zijn tien doelpunten in dit toernooi was hij ook de topschutter. Hij speelde in totaal 1052 minuten in deze editie van de Champions League, schoot 27 keer op doel, 16 keer naast en kreeg 26 vrije trappen mee. In de finale gaf hij de assist voor de tweede goal van Filippo Inzaghi, tevens de tweede goal van Milan. Na het toernooi werd hij verkozen tot beste speler en beste aanvaller van het toernooi.

Voor AC Milan begon het Wereldkampioenschap voor Clubs 2007 in de halve finale, waar ze uitkwamen tegen het Japanse Urawa Red Diamonds. Kaká speelde mee en gaf de voorzet waaruit Clarence Seedorf de enige goal scoorde. In de finale had Kaká een groot aandeel in de 4-2-overwinning op Boca Juniors door één doelpunt en twee assists, beiden op Filippo Inzaghi.

Kaká is sinds 31 januari 2002 Braziliaans international. Hij maakte zijn debuut tijdens de 6-0 gewonnen wedstrijd tegen Bolivia, maar wist zelf niet te scoren. Op 7 maart in hetzelfde jaar, tijdens zijn tweede interland, maakte hij zijn eerste doelpunt. Mede daardoor won Brazilië met 6-1 van IJsland. In 2002 was hij voor het WK 2002 geselecteerd en won hij met de Goddelijke Kanaries dat toernooi, alsmede in 2005 de Confederations Cup. Op de Confederations Cup was hij een van de sterspelers. Hij zegde op 12 mei 2007 af voor de Copa América van 2007, omdat hij naar eigen zeggen te vermoeid was na drie jaar geen vakantie te hebben gehad jogging waist pack.

Bij het WK 2002 kwam Kaká alleen tijdens de groepswedstrijd tegen Costa Rica in actie; negentien minuten voor tijd verving hij Rivaldo. Deze wedstrijd eindigde in een 5-2 winst best vacuum sealed thermos, maar Kaká viel te laat in om een rol te spelen bij een van de doelpunten. In de finale tegen Duitsland zou hij kort tegen het einde invallen, maar de scheidsrechter had dit niet door en Kaká heeft dus nooit het veld laten betreden in de finale. Wel kon Kaká na het laatste fluitsignaal meteen feest gaan vieren; Brazilië was wereldkampioen.

Kaká werd vier jaar later weer geselecteerd voor het WK en kreeg ditmaal meer speeltijd. Hij maakte het beslissende Braziliaanse doelpunt in de eerste wedstrijd tegen Kroatië, zijn eerste goal op een WK. Hij speelde op het WK in 2006 alle wedstrijden, dus tegen Kroatië (1-0 winst), Australië (2-0 winst), Japan (4-1 winst, in de 71e minuut gewisseld voor Zé Roberto), Ghana (3-0 winst, één assist) en Frankrijk (0-1 verlies).

Op het WK in 2010 werd Kaká met Brazilië eerste in groep G. Brazilië zat in de poule bij Noord-Korea (2-1 winst), Ivoorkust (3-1 winst, twee assists) en Portugal (0-0). Tegen Ivoorkust leverde Kaká een belangrijke bijdrage met zijn twee assists, maar werd hij vlak voor tijd van het veld gestuurd na een discutabele tweede gele kaart. Hierdoor miste Kaká de wedstrijd tegen Portugal. Tegen Chili was Kaká wel weer speelgerechtigd en gaf hij een assist. Brazilië won deze wedstrijd eenvoudig met 3-0. In de kwartfinale verloren de Brazilianen van Nederland met 2-1, ondanks een prachtige poging van Kaká die uit de kruising werd gehaald door doelman Maarten Stekelenburg.

Kaká werd niet opgeroepen voor het WK in Brazilië door toenmalig bondscoach Luiz Felipe Scolari.

Kaká trouwde in 2005 met de Braziliaanse Caroline Celico en heeft twee kinderen, een zoon en een dochter. In november 2014 kwam na negen jaar een einde aan Kaká’s huwelijk.

Falkland Islands pound

The Pound is the currency of the Falkland Islands, a British Overseas Territory in the South Atlantic Ocean. The symbol is the pound sign, £, or alternatively FK£, to distinguish it from other pound-denominated currencies. The ISO 4217 currency code is FKP.

The Falkland Islands pound has always been pegged to the pound sterling at par and banknotes of both currencies are used interchangeably on the islands (although only notes issued by banks in the United Kingdom are generally accepted in Britain itself).

The pound was introduced following the reassertion of sovereignty in the Falklands Islands by the British in 1833. Initially, the British currency circulated, with the pound subdivided into 20 shillings, each of 12 pence. Specific issues of banknotes have been made for the Falkland Islands since 1899. In 1971, the pound was decimalised and subdivided into 100 pence. Coins have been minted specifically for the Falklands since 1974. During the earlier Argentine occupation, the peso circulated.

For a more general history of currency in the South Atlantic region, see Pound sterling in the South Atlantic and the Antarctic.

In 1974, ½, 1, 2, 5 and 10 pence coins were introduced. 50 pence coins were introduced in 1980, followed by 20 pence in 1982, 1 pound in 1987 and a circulating 2 pounds in 2004. The ½ penny coin was last issued in 1983 and was demonetised shortly after thermos 18 ounce hydration bottle. Smaller versions of the 5p, 10p and 50p, corresponding to the current UK issues, were issued in 1998, replacing the larger versions (which for the 5p was eight years after its introduction in the UK). The introduction of the circulation £2 coin in 2004 was six years after the same coin was issued in the UK. All the coins have the same composition and size as the corresponding British coins.

Between 1899 and 1901, the government introduced notes for 5 and 10 shillings, 1 and 5 pounds. The 5 shilling notes were issued until 1916. Following decimalisation in 1971, the 10-shilling note of the preceding issue became the new 50-pence note, though it retained its old design. 10 pound notes were introduced in 1975, followed by 20 pounds in 1984 and 50 pounds in 1990. Banknotes in circulation are:

Falkland Islands‘ banknotes feature the same images waterproof phone case for swimming, differing only in their respective denominations and corresponding colours. On the front side, all notes contain a portrait of Queen Elizabeth II, the Falklands‘ coat of arms, a small map of the islands, and images of two of the islands‘ main animals: penguins and sea lions. On the back, notes feature pictures of Christ Church Cathedral in Stanley and Government House, the official residence of the Governor of the Falkland Islands.

Banknotes are printed by De la Rue plc on behalf of the Falkland Island Commissioners of Currency. In 2010 an order was placed for the printing of 200,000 £10 banknotes and for 200,000 £20 banknotes which would represent a supply of banknotes that would last for 15 to 20 years.

Asialekene 2010

Asialekene 2010 ble avholdt i Guangzhou i Kina 12 water resistant cover.–27. november 2010. Dette var de 16. lekene, eller XVI Asiade, og andre gangen de ble avholdt i Kina. Beijing var vertskap i 1990. Hovedarena er Guangdong olympiske stadion. Vel 9700 deltakere fra de 45 medlemmene i Asias olympiske råd var påmeldt til lekene.

33|13

1951: New Delhi • 1954: Manila • 1958: Tokyo • 1962: Jakarta • 1966: Bangkok • 1970: Bangkok • 1974: Teheran • 1978: Bangkok • 1982: New Delhi • 1986: Seoul • 1990: Beijing • 1994: Hiroshima • 1998: Bangkok • 2002: Busan • 2006: Doha • 2010: Guangzhou • 2014: Incheon • 2018: Jakarta • 2023: TBD

1986: Sapporo • 1990: Sapporo • 1996: Harbin • 1999: Gangwon • 2003: Aomori • 2007: Changchun • 2011: Astana & Almaty • 2017: Sapporo • 2021: TBD

Badminton&nbsp water bottle metal;· Baseball  · Basketball · Biljard · Boksing · Bordtennis  · Bowling · Bryting · Bueskyting · Cricket · Dragebåt · Fekting · Fotball · Friidrett · Go · Golf · Hestesport · Håndball · Judo · Kabaddi · Karate  · Landhockey · Moderne femkamp · Padling · Roing · Rugby · Rulleskøyter · Sandvolleyball&nbsp hydration belt running;· Seiling · Sepak takraw · Sjakk · Skyting · Softball · Soft tennis · Sportsdans · Squash · Stuping · Svømming · Sykling · Synkronsvømming · Taekwondo · Tennis · Triatlon · Turn · Vannpolo · Vektløfting  · Volleyball · Wushu · Xiangqi

Burg Gut-Krenkingen

Die Burg Gut-Krenkingen, auch Gutkrenkingen und Schnörringen genannt, ist eine abgegangene Höhenburg (Motte) auf einer 558 m ü. NN hohen Hochfläche 800 Meter nordöstlich vom Ortsteil Dietlingen der Gemeinde Weilheim nahe der Stadt Waldshut-Tiengen im Landkreis Waldshut in Baden-Württemberg.

Die Burg wurde Anfang des 12. Jahrhunderts erbaut, wurde nach 1275 zerstört und verfiel. Von der ehemaligen Burganlage, der Turmhügelburg (Motte), sind noch Reste eines Burggrabens und des Burghügels erhalten.

Burg Allmut | Burg Altkrenkingen | Burg Balm | Bärenfels | Burg Berauerhorn | Propstei Berau | Schloss Bettmaringen | Burg Bildstein | Burg Birkendorf | Vogthaus Birkingen | Burg Blumegg | Burg Blumpenbach | Schloss Bonndorf | Pfarrhof Bühl | Burg Detzeln | Edenburg | Schloss Ewattingen | Pfarrhof Grafenhausen | Burg Grießen | Burg Güggelsperg | Schloss Gurtweil | Gutenburg bei Gurtweil&nbsp remington electric shaver;| Greiffeneggschlösschen | Burg Gut-Krenkingen | Hauenstein | Burg Hörnle | Schloss Hohenlupfen | Burg Ibach | Iburg | Burg Isnegg | Burg Jestetten | Schloss Jestetten | Kadelburg | Burg Krenkingen&nbsp meat tenderizer unseasoned;| Küssaburg | Burg Küssnach | Burg Leinegg | Burg Lindenbuck | Burg Mandach | Burg Neukrenkingen | Burg Neu-Tannegg | Burg Oftringen&nbsp how to use a jaccard meat tenderizer;| Vogthaus Obereggingen | Schloss Ofteringen | Schanze und Oppidum auf Schwaben | Burg Roggenbach | Burg Röthekopf | Burg Rotwasserstelz | Konstanz-Rheinauisches Amtshaus | Kaiserliches Jagdhaus | Burg Rheinsberg | Ryburg | Burg Schnörringen | Salpetererhaus Birkingen | Burg Semperbuck | Burg Steinegg | Burg Tannegg | Burg Tiefenstein | Wallburg Tiefenstein | Schloss Tiengen | Pfarrhof Todtmoos | Burg Tombrugg | Tüsental | Schloss Schönau (Trompeterschlösschen) | Schlössle Schmitzingen | Reuentaler Mühle | Burg Untereggingen | Burg Untermettingen | Spätgotisches Vogthaus | Waldschloss | Waldvogteiamt | Burg Wehr | Altes Schloss Wehr | Neues Schloss Wehr | Burg Weißenburg | Burg Weisswasserstelz | Burg Werrach | Burg Wieladingen | Schloss Willmendingen | Lusthaus Tusculum über der Alb |

Baden-Württemberg | Bayern | Berlin und Brandenburg | Bremen | Hamburg | Hessen | Mecklenburg-Vorpommern | Niedersachsen | Nordrhein-Westfalen | Rheinland-Pfalz | Saarland | Sachsen | Sachsen-Anhalt | Schleswig-Holstein | Thüringen

Quartiers généraux de la Défense nationale

Les quartiers généraux de la Défense nationale, abrégés en QGDN thermos vacuum insulated 24 ounce stainless steel hydration bottle, (National Defence Headquarters en anglais, abrégée en NDHQ) sont les quartiers généraux du ministère de la Défense nationale et des Forces armées canadiennes navy football uniforms. Les quartiers généraux sont en fait répartis dans plusieurs bâtiments dans la région de la capitale nationale, mais le plus reconnu est l’édifice Major-General George R Pearkes à Ottawa.

Le ministère de la Défense nationale (MDN) est sous la direction du ministre de la Défense nationale. Dans l’organisation, sous celui-ci se trouve le sous-ministre de la Défense nationale et le chef d’état-major de la Défense (CEMD). Le premier est un civil tandis que le second est un militaire des Forces armées canadiennes portant le grade de général. Néanmoins, le commandant en chef des Forces armées canadiennes est le gouverneur général du Canada.

Certaines fonctions du MDN se rapportent directement au ministre de la Défense nationale&nbsp

Runner Waist Pack

Runner Waist Pack

BUY NOW

$39.00
$7.30

;:

D’autres fonctions se rapportent à la fois au sous-ministre de la Défense et au chef d’état-major de la Défense&nbsp

Real Madrid Club de Fútbol Away NACHO 18 Jerseys

Real Madrid Club de Fútbol Away NACHO 18 Jerseys

BUY NOW

$266.58
$31.99

;:

Certaines fonctions se rapportent au sous-ministre de la Défense :

Certaines fonctions se rapportent au chef d’état-major de la Défense :

Il y a également quelques unités indépendantes :

Hélice pi

Una hélice pi (o hélice π) es un tipo de estructura secundaria de proteínas encontrada particularmente en proteínas de membrana.

En una hélice pi estándar, los aminoácidos están dispuestos de forma helicoidal en sentido horario. Cada aminoácido corresponde a 87° en el giro de la hélice (es decir where to buy glass water bottles, la hélice tiene 4,1 residuos por vuelta) y una traslación de 1 meat tenderizer uses,15 Å (0 how to use tenderizer,115 nm) en el eje de la hélice. El grupo N-H de un aminoácido forma un enlace por puente de hidrógeno con el grupo C=O del aminoácido cinco residuos anterior; estas repeticiones de enlaces de hidrógeno i+5→i definen la hélice pi.

Los residuos en las hélices pi adoptan ángulos diedros (φ, ψ) de -55°, -70°, de tal forma que el ángulo ψ de un residuo y el ángulo φ del siguiente suman aproximadamente unos -125°.

La fórmula general de rotación del ángulo Ω por residuo de cualquier hélice polipeptídica con configuración trans está dada por la ecuación:

En principio es posible una versión antihoraria de la hélice pi cambiando el signo de los ángulos diedros (φ, ψ) a 55°, 70° coffee bottle thermos. Esta imagen pseudoespecular de la hélice tiene el mismo número de residuos por vuelta (4,1) y una traslación de 1,5 Å por residuo. No es una imagen especular perfecta debido a que los residuos de aminoácidos conservan su quiralidad. Es difícil encontrar una hélice pi larga en proteínas debido a que entre los aminoácidos solo la glicina puede llegar a tomar ángulos diedros φ positivos de 55°.